Infoboekje natuurlijk tuinieren

Inhoudsopgave
  1. Inleiding
  2. Wat is Natuurlijk Tuinieren
  3. Wat is een natuurvriendelijke tuin?
  4. Het aanleggen van een natuurlijke tuin
  5. Zelf composteren
  6. De milieuzorg op ons tuincomplex
  7. Het natuurlijk beheersen van ziekten en plagen
  8. Tips en wetenswaardigheden
  9. Voordelen van Natuurlijk Tuinieren

1. INLEIDING

De commissie Natuurlijk Tuinieren van tuinvereniging Ons Buiten heeft di tinformatieboekje gemaakt om de nieuwe, beginnende tuinder wegwijs te maken in het natuurlijk tuinieren. Natuurlijk kan de ‘oude’ tuinder ook zijn/haar voordeel doen met de informatie in dit boekje. De informatie is zeker niet volledig. Maar de geïnteresseerde lezer kan meer informatie vinden bij de AVVN, op de websites die
w e in dit boekje noemen en in veel goede boeken en tuinbladen.
We hopen dat u de informatie met veel plezier zult lezen en dat ons tuincomplex steeds natuurlijker zal worden. Wij als commissieleden wensen u veel tuinplezier toe.

2. WAT IS NATUURLIJK TUINIEREN?

Natuurlijk Tuinieren betekent op die manier tuinieren, dat de natuur zich in de tuin optimaal kan ontwikkelen.
Je moet zoeken naar mogelijkheden om de planten- en dierenwereld met elkaar in harmonie te brengen. De een kan niet zonder de ander. Hierbij ben je bezig met ecologie. Dit is de wetenschap die zich bezighoudt met alle relaties die er zijn tussen al het levende en het levenloze in de natuurlijke omgeving. Je kunt dan kijken naar welke planten veel zon willen of welke juist schaduw of dat de plant veel kalk nodig heeft of juist van kleigrond houdt enz. De conditie waarin een plant leeft op een bepaalde plaats maakt dus uit of een levend organisme zich ergens blijvend kan handhaven.

3. WAT IS EEN NATUURVRIENDELIJKE TUIN?

De natuurvriendelijke tuin biedt leefruimte aan planten die veel voedsel aan insecten en vlinders bieden. Deze worden op hun beurt weer gegeten door vogels, kikkers of egels. Zo ontstaat er in iedere tuin of op ieder tuincomplex een kleine gemeenschap van planten en dieren met een natuurlijke kringloop.
In een natuurvriendelijke tuin worden geen chemische bestrijdingsmiddelen of gif gebruikt. Insecten komen in aanraking met het gif en eten dit op. De vogels die de insecten eten worden op hun beurt dan weer vergiftigd door de insecten die zij eten.

Het is begrijpelijk dat je in je eigen tuin de schade die ziekten en insecten berokkenen aan je planten zoveel mogelijk wilt tegen gaan. Dit kan bijvoorbeeld door vruchtwisseling toe te passen en de verschillende gewassen per jaar te variëren. Verder kun je combinatieteelt toepassen, waarbij je plantensoorten naast elkaar zet die bij elkaar de vraat van insecten of ander ongemak in toom houden. Ook zijn er speciale producten te koop die het ‘eco-keurmerk’ dragen en die wel gebruikt kunnen worden. Deze zijn niet schadelijk voor insecten en vogels.

Kortom, er zijn dus talrijke andere oplossingen te bedenken dan het gebruiken van chemische bestrijdingsmiddelen.

4. HET AANLEGGEN VAN EEN NATUURLIJKE TUIN

Het aanleggen van een natuurlijke tuin is niet zo moeilijk. Je moet de natuur als het ware een beetje bijsturen. Hierbij zijn de plaatselijke omstandigheden (op welke plaats een plant of boom groeit) een belangrijk uitgangspunt. Iedere plant of boom heeft zo zijn eigen voorkeur voor de grondsoort of schaduw en zon. Hoe meer afwisseling, hoe meer soorten bloemen, vruchten, zaden, maar ook meer insecten en vogels. Geleidelijke overgangen in de tuin leiden tot meer vogels en insecten dan harde, strakke en scherpe grenzen. De kunst is om geleidelijke overgangen te maken van droog naar nat, hoog naar laag en open naar gesloten. U kunt zelf variatie in uw tuin brengen door bijvoorbeeld de volgende dingen in uw tuin aan te brengen:

a. Een vijver aanleggen (voor o.a. amfibieën en vogels)
b. Hoogteverschillen aan te brengen d.m.v. heuvels en borders
c. Een rotstuin of los gestapeld muurtje van (oude) stenen aan te leggen
d. Een paddenpoel aanleggen
e. Hagen en vogelbosjes neer te planten
f. Een stukje weide/gazon laten groeien, dus niet maaien g. Een bloementuin aanleggen
h. Een takkenril maken of een takkenbos laten liggen.

a. Het aanleqqen van een vijver
Een vijver is echt een aantrekkingsbron voor dieren in de tuin. Ondiepe watertjes trekken vaak veel insecten en dus vogels aan, terwijl de diepere delen goede overwinteringsplaatsen zijn. Geleidelijke overgangen zijn belangrijk: van het gazon naar een nat moerassig deel en dan via een ondiep begroeid deel naar een dieper open water. Kikkers, padden, salamanders en vele insecten zitten graag op een licht oplopende oever waar de zon op schijnt. Juist daar leggen zij in het voor jaar hun eitjes neer. Een deel van de oever moet goed zijn voor vogels, zodat zij er makkelijk in kunnen drinken en baden.

In een echte natuurlijke tuin horen eigenlijk geen vissen, want zij eten de kikkervisjes op en veel waterplanten. Bovendien maken zij het water troebel, zodat er geen planten en andere dieren in kunnen leven. De vijver moet minimaal 80 cm. diep zijn, zodat er overwinteringsmogelijkheden zijn voor de kikkers. Veel oever- en waterplanten zorgen ook voor voldoende schuilgelegenheid.

b. Hoogteverschillen aanbrengen in de tuin
Als u in de tuin een grote composthoop heeft of een vijver gaat graven, dan houdt u veel grond over. Van deze grond kunt u ergens anders een heuvel maken of een border aanleggen. Dit brengt veel meer variatie in uw tuin en het staat nog mooi ook. Als u van verrassingen houdt, dan kunt u de border leeg laten en afwachten hoe de border zichzelf ontwikkelt met inheemse wilde planten. Wilt u wat meer zekerheid, dan kunt u bloemen of vaste planten zaaien of erin zetten. Bij de keuze van planten kunt u weer letten op de functie die een plant kan hebben voor insecten en vogels (als schuilplaats of voedselvoorziening).

c. Een rotstuin of een los gestapeld muurtje
Een los gestapeld muurtje van (oude) stenen met daartussen kalkrijke grond, is een goede plek voor planten en vele diersoorten die daar goed kunnen schuilen en overwinteren.
Tijdens het stapelen van de stenen kunnen er (rots) planten tussen de stenen worden gestopt. Dit moet zo gebeuren dat de wortels contact hebben met de grond tussen de stenen. De bekendste soorten planten die in stapelmuren groeien zijn: gele helmbloem, muurleeuwenbek, muurbloem, havikskruid en verschillende mossen. Bij het aanleggen van een rotstuin kunt u het beste natuurstenen gebruiken, waar planten goed in kunnen wortelen. Om te voorkomen dat er andere planten dan de rotsplanten gaan groeien, is het goed om de grond zo arm mogelijk te maken. Rotsplanten kunnen heel goed op een zanderige grond groeien, waar maar een klein beetje aarde doorheen zit. Geef rotsplanten een apart plekje in de tuin, zodat zij niet hoeven te concurreren met andere planten, want zij groeien erg langzaam.
Vaste planten die zich in de rotstuin thuis voelen zijn o.a.: lobularia maritima/schildzaad, arabis/randjesbloem, cymbalaria/muurleeuwenbek, dianthus/steenanjer, campanula/klokjesbloem, gentiaan, linum/vlas, saponaria/ zeepkruid en veronica/ereprijs.

d. De paddenpoel
In een poel kunnen kikkers, padden en salamanders leven. Dit zijn amfibieën en zij leven zowel in het water als op het land. Belangrijk is dat de randen glooiend verlopen, zodat zij makkelijk op het droge kunnen komen. De poel moet het hele jaar water bevatten en in de winter moet het diepste gedeelte minimaal 1 meter diep zijn, zodat de bodem niet bevriest. Verder is het belangrijk dat er een ondiepe en zonnige oever aanwezig is, waar het water snel opwarmt. De poel mag dan ook niet teveel beschaduwd worden. Ook moet u erop letten dat er geen vuil water kan instromen en doe er ook geen vissen in, want daardoor nemen de overlevingskansen van de amfibieën sterk af.

e. Hagen en voqelbosjes
Als u de tuin opbouwt van lage naar hoge planten, dan hebben de vogels veel beschutting en rust in het hoogste gedeelte, bijv. achter in de tuin. Probeer de tuin op een natuurlijke manier te scheiden van uw buren, bijvoorbeeld met een haag van besdragende struiken. Er is dan voedsel en nestgelegenheid voor vogels en u behoudt tegelijkertijd een beetje uw vrijheid. Bekende inheemse struiken hiervoor zijn: hulst, liguster, vlier, meidoorn, sleedoorn, lijsterbes en de Gelderse roos.
Verschillende soorten in een haag geven meer kleur en variatie in uw tuin en verschillende soorten voedsel voor de vogels. Door regelmatig te snoeien, voorkomt u dat er struiken doodgaan doordat ze te weinig licht krijgen. Ieder jaar een gedeelte snoeien is beter dan alles in een keer, vanwege de beschutting voor de vogels.

f. Een bloemrijk grasland, dat niet gemaaid wordt
Als u dit in uw tuin wilt krijgen hoeft u het gazon slechts een of tweemaal per jaar te maaien. In dit stukje gras groeien vanzelf inheemse planten en u kunt er ook een wildebloemenmengsel in zaaien. De planten zaaien zichzelf weer uit en ze komen dus elk jaar weer terug. Door deze variatie en de bloemen is er steeds voldoende voedsel en schuilgelegenheid voor allerlei insecten en vogels. Als u ’s winters de uitgebloeide bloemen laat staan, dan kunnen er veel kleine beestjes in overwinteren en hebben zij in het voorjaar meer beschutting en voedsel.

g. Een bloementuin aanleqqen
Vlinders, bijen en andere insecten komen graag op de inheemse (wilde) bloemen af, maar ook de gecultiveerde of uitheemse bloemen vinden zij aangenaam. Insecten zijn nuttige dieren en zij zorgen voor de bevruchting van de bloem. De plant gaat dan vrucht zetten en zaad produceren. Vooral de inheemse bloemen zijn van deze bevruchting afhankelijk. Als tuinder profiteert u hier dus gigantisch van, want volgend jaar zullen de bloemen er dan ook weer zijn. Ook de vele insecten in uw tuin profiteren van een bloemrijke tuin. Vlinders drinken nectar uit de bloemen en bijen en hommels verzamelen stuifmeel en nectar. Wanneer er veel soorten planten in een tuin staan hebben vlinders meer kans om een geschikte plant te vinden waarop zij hun eitjes af kunnen zetten. Populaire bloemen van vlinders zijn onder andere: verbena, vlinderstruik, Zeeuws knoopje, beemdkroon, herfstasters en lavendel. Bijen hebben planten alleen als voedselbron nodig. Het stuifmeel gebruiken zij voor het op laten groeien van hun kinderen. Populaire bloemen voor bijen zijn: korenbloem, bloeiende klimop, zonnebloemen, zonnehoed, stokroos, kogeldistel en de echte tijm.

h. De takkenril en takkenbos of stapel
Het snoeihout uit uw tuin kunt u voor de takkenril of takkenstapel gebruiken. De takkenbos of stapel is erg nuttig voor insecten en vogels. Zij kunnen hierin nestelen en het als schuil- of overwinteringsplaats gebruiken.
Een takkenril bestaat uit takken die wat dichter op elkaar liggen gestapeld. Om dit aan te leggen dient u eerst een paar stevige stokken om en om tegenover elkaar in de grond te steken. Hiertussen kunt u dan de takken neerleggen of vlechten. Wilgenhout is heel geschikt om mee te vlechten, want het is erg buigzaam.

Ook in een takkenril kunnen insecten en andere beestjes schuilen, overwinteren of nestelen.
Mocht u echt teveel takken overhouden, verbrand deze dan niet, maar breng ze naar de takkenverzamelplaats, die tegenover de inkoopwinkel ligt. Deze is van april t/m oktober elke zaterdagochtend van 9-12 uur open. Ook kunt u deze naar de Milieustraat brengen van de gemeente.

Hier verwerkt men de takken weer tot houtsnippers, zodat dit weer opnieuw gebruikt kan worden in de tuinen.

5.  ZELF COMPOSTEREN

Compost is een uitstekende natuurvriendelijke vorm van bemesting. Door compost wordt er voeding in de grond gebracht, de structuur van de bodem verbetert (wordt losser) en het bodemleven wordt in stand gehouden. En als je het zelf maakt, is het nog gratis ook! Het scheelt veel gesjouw om plantendelen, snoeiafval en takken weg te brengen, maar ook weer om compost bij een tuincentrum te halen.

U kunt zelf een composthoop maken van ongeverfd hout of wilgentenen. Gebruik geen geïmpregneerd hout, want door zitten zware metalen in die de grond enorm vervuilen.

Belangrijk is dat er verschillend afvalmateriaal gebruikt om goede compost te krijgen.
Hierbij is vooral koolstof houdend afval, zoals snoeihout, stro en hooi en stikstofrijk materiaal, zoals gras en vers tuinafval, van belang. Deze twee bevorderen namelijk het broeiproces en zorgen voor het juiste gehalte van zuurstof en vocht in de composthoop. Als de compost wat zuur ruikt of als er veel fruitvliegjes in zitten, dan is er een kans dat er ammoniak ontstaat. Door er wat stro of kalk doorheen te mengen wordt dit verholpen.

6. DE MILIEUZORG OP ONS TUINCOMPLEX

Milieuzorg is het totaal van activiteiten dat gericht is op het verminderen van de belasting van het milieu. Hierbij wordt gestreefd naar zo min mogelijk afval en uitstoot van schadelijke stoffen en naar een zo zuinig mogelijk gebruik van grondstoffen en energie.

MILIEUWETGEVING

In Nederland zijn negen wetten en besluiten van kracht waarmee een tuinvereniging te maken heeft of kan hebben. Deze worden kort toegelicht:
De Wet milieubeheer:
Deze wet vormt de basis voor de milieuwetgeving. Als men voor bepaalde activiteiten een vergunning nodig heeft, (bijv. geluidshinder), dan is deze wet hiervoor om dit aan te vragen.

1. de Wet bodembescherminq:
Het doel van deze wet is: bescherming en behoud van de bodem en het grondwater, zodat mens, plant en dier erop kunnen blijven leven. Er zijn regels t.a.v. het op of in de bodem lozen van verontreinigd water of slib en het gebruik van meststoffen.
2. de Wet verontreiniqing oppervlaktewateren:
Deze wet beschermt de kwaliteit van oppervlaktewateren, zoals rivieren, plassen, vennen en sloten. Het verbiedt het lozen van verontreinigende en schadelijke stoffen.
3. de Bestrijdingsmiddelenwet:
Deze wet is in het leven geroepen om de samenstelling, toelating en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te controleren. Bestrijdingsmiddelen met een doodshoofdteken zijn niet toegestaan voor particulier gebruik. De toepasbare bestrijdingsmiddelen voor amateurtuinders zijn de middelen met een Andreaskruis (X) op de verpakking. Ook dit zijn nog schadelijke chemische middelen, waarvoor milieuvriendelijkere alternatieven beschikbaar zijn.
Onze tuinvereniging doet mee aan “het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren”. Hierdoor is het niet meer toegestaan om chemische bestrijdingsmiddelen te verkopen in onze inkoopwinkel.
Zij verkopen alleen nog maar producten die zijn toegestaan door “Het Platform Amateurtuinieren”, waar onder andere het AVVN en de Federatie van Volkstuinorganisaties in participeren. Dit platform heeft een lijst samengesteld van de minst milieubelastende chemische bestrijdingsmiddelen.
4. de Plantenziektewet:
De plantenziektewet biedt de mogelijkheid om maatregelen te nemen tegen ziekten, plagen en onkruiden. Dit kan onder meer te maken hebben met het telen, aanplanten, vervoeren, behandelen of vernietigen van planten en organismen (bijv. de iepziekte).
5. Lozinqsbesluit bodembescherminq_
Dit besluit verbiedt het lozen van vervuilde stoffen, waaronder huishoudelijk afvalwater in de bodem.
6. Verwijderingsbesluit asbest:
Dit besluit bevat voorschriften voor het verwijderen en afvoeren van asbest uit bouwwerken.
Er moet dan een sloopvergunning worden aangevraagd bij de gemeenten.
7. Besluit qebruik dierlijke meststoffen:
In dit besluit worden regels gesteld aan het gebruik van dierlijke meststoffen om de bodem te beschermen. Dit betekent ondermeer dat er per jaar niet meer dan 70 kilo fosfaat per hectare grond gebruikt mag worden.
8. Besluit kwaliteit en qebruik overiqe orqanische meststoffen:
Deze meststoffen worden organisch genoemd ter onderscheiding van dierlijke meststoffen (bijv. zwarte grond, compost en zuiveringsslib).

7. HET NATUURLIJK BEHEERSEN VAN ZIEKTEN EN PLAGEN

Door het natuurlijk leren beheersen van ziekten en plagen kan tevens het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen worden terug gedrongen. Bij de inrichting en beplanting is het mogelijk om ecologische principes toe te passen. Inheemse planten en diersoorten kunnen zich dan vestigen en handhaven en ziekten en plagen zullen minder optreden. Hoe kunt u dit het beste doen?

• Door het gebruik van bodembedekkers blijft het onkruid bijna of helemaal weg en er hoeft dan ook geen onkruidbestrijdingsmiddel te worden toegepast.
• Door in de moestuin vruchtwisseling of combinatieteelt toe te passen.

Vruchtwisseling of wisselteelt betekent: de jaarlijks op elkaar volgende teelten van verschillende gewassen op een stuk grond. Na minimaal 4 jaar dit toe te passen kunt u een bepaald gewas weer op dezelfde plaats neerzetten. Dit voorkomt dat de grond te arm wordt (bodemmoeheid) en dat het bodemleven dat bij een bepaald gewas hoort kan uitgroeien tot een plaag.

Ieder gewas onttrekt zijn eigen samenstelling van voeding uit de bodem en zo kan dit dus te arm worden aan een bepaalde stof. Combinatieteelt houdt in dat een aantal gewassen gelijktijdig naast elkaar worden verbouwd. Hierdoor groeien de gewassen beter en beschermen elkaar tegen ziekten en plagen. Twee voorbeelden hiervan zijn het afrikaantje dat wortelen kan beschermen tegen de wortelvlieg en peterselie dat tomaten tegen de witte vlieg beschermd.

  • Door organische meststoffen en groenbemesters te gebruiken in plaats van kunstmest.
  • Door uw tuin zo in te richten dat het aantrekkelijker is voor nuttige dieren, zoals de vogels die veel insecten eten, die anders op uw planten zouden gaan zitten (bijv. de naaktslak).
  • Door te zorgen dat uw planten geen gebrek hebben aan voedingsstoffen, water of licht. Zij kunnen anders minder weerstand hebben en vatbaarder zijn voor ziekten en plagen. Voordat u een plant in de tuin zet zou u eerst goed moeten weten wat de optimale levensomstandigheden voor deze plant zijn en wat de eigenschappen van uw grondsoort zijn.
  • Door ziek plantenmateriaal op te ruimen en niet op uw composthoop te gooien. Hierdoor kan het zich verspreiden en worden nog meer planten aangetast door een bepaalde ziekte.
  • Door het verbeteren van de structuur van de bodem. Een zware kleigrond is te dicht voor veel planten en zij kunnen daar niet goed op groeien. Zorg dan dat u veel wormen in de grond krijgt en behoudt. Dit kunt u doen door organische mest of kalk toe te voegen aan de grond. Het boekje milieuvriendelijk tuinieren “plant en plaag” dat te koop is in de inkoopwinkel geeft hier informatie over.

8. TIPS EN WETENSWAARDIGHEDEN

  • Het stoken van een vuurtje in de tuin om tuinafval te verbranden is bij de wet verboden en kan u een fikse bekeuring opleveren.
  • Heeft u tuinafval, breng dit dan naar de takken/tuinafval verzamelplaats tegenover de inkoopwinkel of maak zelf een compost of takkenhoop. Allerlei dieren doen hier weer hun voordeel mee, omdat zij hierin volop nestel- en schuilgelegenheid kunnen vinden. Van snoeiafval van wilgentakken kunt u ook weer een tuinafscheiding of takkenril maken.
  • Het maken van een vuurt je voor het bereiden van een maaltijd-of barbecue is wel toegestaan, evenals een vuurkorf.
  • Het schijnt dat mensen die tuinieren langer en gezonder leven! Behalve lijf en leden blijft ook de geest lenig. Het in de buitenlucht bezig zijn en het maken van plannen voor het komende seizoen houdt de mens gezond.
  • Is uw vijverwater troebel, dan is dit meestal een gebrek aan zuurstof. Zuurstofplanten zijn dus van essentieel belang in de vijver. Gedoornd hoornblad, gekroesd fonteinkruid en waterpest zijn goede zuurstofplanten.
  • Als u vroeg in het voorjaar al last heeft van luizen op uw planten, dan moet u zorgen dat er ook al vroeg wet nectar gevende bloemen (zoals paardenbloem of speenkruid) in de tuin staan. Hier komen dan lieveheersbeestjes op af. Een lieveheersbeestje kan per dag wel een paar honderd luizen opeten en de larve ervan lust er zelfs nog meer.
  • Probeer zo min mogelijk te sproeien, want de planten worden er lui van en krijgen dan geen diepe wortels. Jonge aanwas kunt u wel de eerste tijd bijsproeien.
  • Gebruik geen gif of chemische bestrijdingsmiddelen, want het is schadelijk voor plant, dier en mens. Vogels krijgen het gif binnen, rechtstreeks of via insecten die zij eten en slaan dit vervolgens op in hun vetreserves. In de winter verteert het vet en komt het gif vrij. Hierdoor kan de vogel het nog zwaarder krijgen en zelfs dood gaan in een barre koude winter.
  • Een natuurlijke nestgelegenheid voor vogels zijn oude en dode bomen met holtes en nissen. Heeft u een boom die u wilt gaan snoeien, denk hier dan aan.
  • Als u een nestkastje heeft, zorg dan dat die elk najaar goed wordt schoongemaakt, omdat in oud nestmateriaal parasieten zitten. Met een harde borstel en heet water lukt dit het beste.
  • Vogels hebben het in de winter vaak zwaar en komen moeilijk aan voedsel, terwijl ze juist meer nodig hebben om hun lichaam op temperatuur te houden (40 graden). De beste voedertafel is een natuurlijke tuin, met veel besdragende struiken, uitgebloeide bloemen en stelen en dode bladeren, waarin veel insecten huizen. Ook kunt u een voederplank met zaad, brood, spek, kaas, (hele) appels neerzetten, een pindasnoer of vetbol ophangen. Geef geen voedsel waar zout of margarine inzit, dit werkt laxerend. Voer ook niet meer in de tijd dat de vogels al jongen hebben, want de jongen moeten insecten eten. Ander voedsel kunnen zij nog niet verteren en van pinda’s gaan zij dood.
  • Oorwurmen werken ’s nachts en overdag zitten ze graag in het donker. Ze vinden bloed- en bladluizen erg lekker. Als schuilplaats kun je voor hen bloempotten ophangen, op hun kop met een plukje houtwol erin. Met ijzerdraad kunt u er voor zorgen dat de houtwol vast blijft zitten in de pot, zodat u deze gemakkelijk kunt ophangen. Oorwurmen houden van dahlia’s en om ze daaruit te verwijderen kun je bij de dahlia’s ook zo’n potje zetten, bijv. op een bamboestok.
  • Als u het loof van peulen, kapucijners, doperwten en tuinbonen opruimt, knip het dan vlak boven de grond of en laat de wortels in de grond zitten. De wortels bevatten stikstofknolletjes, die goed zijn voor de bodem en dus voor het volgende gewas wat daar komt te staan.
  • Natuurlijke middelen om mieren weg te houden zijn: goudsbloem, lavendel, munt, boerenwormkruid en alsem. Zij houden hier beslist niet van.

Wist u dat:

  • siertabak (nicotiana Sylvestris) een nachtbloeier is;
  • de teunisbloem ’s avonds open is en een heerlijke geur verspreidt;
  • Als je phloxen voor de langste dag topt, zij langer en uitbundiger groeien op de nieuwe vertakkingen.

9. VOORDELEN VAN NATUURLIJK TUINIEREN

a. Combinatieteelt

Combinatieteelt wordt toegepast ter bescherming van gewassen. Sommige gewassen kunnen worden samen gekweekt, anderen niet. Hieronder ziet u een klein overzicht:

soort

goed te combineren met:

niet to combineren met:

BONEN

aardappel-komkommer-witte kool

bloemkool-tuinkruiden bonenkruid (tegen luis) aardbeien

uien, knoflook, venkel

AARDBEIEN

bonen-spinazie-uien-sla

kool

AFRIKAANTJES

Peterselie-prei rozen tomaten-fruit

AJUIN

bieten-dille-wortelen- schorseneren

bonen-koolsoorten

BIESLOOK

wortelen-aardbeien

erwten-bonen

BLOEMKOOL

selderie (tegen roest)

KOOLSOORTEN (geen rode kool)

dille-salie-alle aromatische planten-uien-bieten-bonen selderie-tijm (beschermt tegen

het koolwitje)

aardbeien-ajuin tomaten

RODE KOOL

alle tuinkruiden-alle aromatische planten

tomaten

UIEN

wortelen-aardbeien-sla- tomaten-radijs

bonen-erwten

MAIS

aardappel-erwten-bonen- komkommer-courgette-dille pompoen- meloen

tomaten

WORTELEN

alle uigewassen-erwten-sla- tuinkruiden-tomaten-radijs-wit

dille

AARDAPPELEN

bonen-mais-erwten

komkommer- courgette tomaten- erwten framboos-zonnebloem

PETERSELIE

prei-tomaat

sla

RADIJS

erwten-sla-wortelen-uien

komkommer

RODE BIETEN

uien-koolrabi-koolsoorten

bonen

SLA

wortelen-radijs-aardbei- komkommer

peterselie

SPINAZIE

aardbei-ajuin-radijs-wortelen prei

TOMATEN

uien-peterselie-asperge- koolsoorten-wortelen

mais-aardappel-venkei komkommer-erwten

ERWTEN

wortelen-radijs-komkommer- mais-bonen-sla

uien-aardappeten-look tomaten

KERVEL

radijs-sIa (kropt dan beter)

 

b. Planten die insecten op natuurlijke wijze bestrijden

  • AFRIKAANTJES zijn goed tegen aaltjes, mieren, emelten (grijsgele larf van de Langpootmug), vliegen en (naakt)slakken
  • BOERENWORMKRUID is goed tegen uienvlieg, mieren en pompoenwantsen
  • BONENKRUID is goed tegen bladluis
  • CALENDULA/goudsbloem tegen luizen en mieren
  • DILLE tegen bladluizen en zwarte luis (op tuinbonen)
  • GERANIUM tegen koolwitjes en Japanse kevers (op rozen en mais)
  • KAMILLE tegen wortelvlieg
  • KNOFLOOK tegen emelten en bladluizen
  • OOST-INDISCHE KERS tegen bloedluis, houdt luizen weg bij broccoli, aardappelen, radijs, kalebas en koolsoorten. Aan bomen en struiken geeft het een stof af, die wordt opgenomen en in het blad van de boom of struik terecht komt. Bloedluislarven vinden dan de sappen niet meer lekker en laten de boom of struik met rust.
  • PAPAVERS/klaproos tegen emelten
  • PETERSELIE tegen uienvlieg
  • PETUNIA tegen kevers (op bonen)
  • PREI tegen wortelvlieg
  • SALIE/salvia tegen slokken en bladluizen
  • SELDERIE tegen uienvlieg
  • TIJM tegen slakken
  • TUINKERS tegen zwarte luis (op tuinbonen)
  • UIENSOORTEN bieden bescherming aan rozen tegen meeldauw, schurft en bladluizen.

c. de Luizenfamilie

BLADLUIS:

           – leeft van het sap van planten, jonge spruiten en bloemen;

           – verwijderen met: lauw of warm water of een aftreksel van brandnetel, uien en rabarber;

           – Hysop, salie, dille, bonenkruid, uiensoorten voorkomt bladluis.

DOPLUIS:

            – leeft van het sap van planten;
            – met water verwijderen helpt niet, vanwege de schild op hun rug;
            -verwijderen met zeepspiritus (op 1(t. water, 1 eetlepel spiritus en 1 theelepel groene zeep), daarna de plant long afspoelen met water.

 BLOEDLUIS:

           – leeft ingepakt in een spinsel van draden, vooral op bomen en struiken, zoals appels en coniferen;
           – door Oost-Indische kers onder de boom te planten is dit te bestrijden.

SCHILDLUIS

           – leeft van het sap van planten;
           – hierdoor kan roestvorming op bladeren komen;
           – met water verwijderen helpt niet, vanwege de schild op hun rug;
           – verwijderen met zeepspiritus (zie dopluis)

d. Nuttige insecten bij het bestrijden van ongewenste insecten:

GAASVLIEG helpt tegen luizen, vlinderrups en witte vlieg; GALMUG helpt tegen (blad)luizen en spint;
LIEVEHEERSBEESTJE helpt tegen luizen;
PARASITEREND AALTJE helpt tegen naaktslakken;
ROOFKEVER helpt tegen witte vlieg, luizen en spint; ;
ROOFWANTS helpt tegen witte vlieg, luizen en spint; ;
SLUIPWESP helpt tegen witte vlieg, vlinderrups en luizen; ;
ZWEEFVLIEG helpt tegen luizen.

e. Overige tips voor combinaties

Goed te combineren:

• ROOS EN AFRIKAAN

Voorkomt rozenmoeheid. De grond onder de roos bevat teveel aaltjes die parasiteren op de wortels van de roos. De afrikaantjes staan wortelzuren af aan de grond en de aaltjes hebben hier een hekel aan. Deze aaltjes houden ook van tulpenbollen, zodat het verstandig is als de tulpen zijn uitgebloeid er afrikaantjes op te zetten.

• ROOS EN KNOFLOOK
De geur van knoflook houdt niet alleen luizen weg, maar verbetert ook de geur van de rozen.

• KERVEL EN SLA
Kervel voorkomt bladluis bij sla.

• OOST-INDISCHE KERS
Deze plant scheidt wortelzuren uit, die gemakkelijk worden opgenomen door andere planten die last hebben van de wolluis en de bloedluis.

• STERREKERS EN RADIJS
De radijs wint aan smaak (geuriger en zachter) door er sterrenkers naast te planten.

• ASPERGES EN TOMAAT
Asperges staan een stof al (asparagine) die wortelrot bij tomaten voorkomt.

• MAIS EN ZONNEBLOEMEN Beschermen elkaar tegen insecten.

• PAARDEBLOEMEN
Helpen vruchten sneller te rijpen en bloemen te groeien.

• AKELEI EN RABARBER
Dit helpt elkaar beter te groeien en bloeien.

Niet goed te combineren (hebben een remmende invloed op elkaar):

– eik en notenboom
– peterselie en selderie
-gladiolen met erwten of bonen
-lelietje van dalen en narcis

Alexandra van den Berg & Corrie Bink
December 2003