Plant van de maand (Januari)


Winterakoniet – Eránthis hyemális

Een van de eerste bloeiers in het nieuwe jaar is de winterakoniet, Eránthis hyemális, uit de ranonkelfamilie met gele bloemen. Het is een echte schaduwplant en behoort tot onze stinsenflora. Winterakonieten zijn goed
te combineren met sneeuwklokjes en krokussen. In het wild vind je ze in loofbossen en dan met name in essen- en iepenbossen op grazige plekken.

Oorspronkelijk is het een Zuid-Europese soort die veel is aangeplant in buitengoederen en van daaruit verwilderde en deel werd van onze natuurlijke flora. In de volkstuin hebben ze het ook naar hun zin op een humusrijke en vochtige plek onder bomen en struiken die ’s winters hun blad verliezen. Winterakonieten groeien uit knolletjes. Je kunt de knolletjes het beste planten aan het eind van de zomer of begin van het najaar. De knolletjes moeten ongeveer 5 cm diep worden geplant en 7,5 cm uit elkaar voor een mooi effect.
Omdat ze vroeg in het jaar bloeien, zeker in een zachte winter, krijgen
ze weinig insectenbezoek hoewel vliegen, wespen en korttongige bijen de normale bezoekers zijn van winterakonieten. Alleen op warme zonnige dagen tijdens een zachte winter en de zeer vroege lente komen ze langs.
De gele bloemdekbladen hebben een typische vorm en worden ook wel honingbakjes genoemd.

Commissie Natuurlijk Tuinieren

2022: jaar van de merel

Tot de grote schrik van de Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl), zijn er steeds minder merels in Nederland!
Daarom is 2022 het Jaar van de Merel: de Vogelbescherming onderzoekt wat precies het probleem is. De Vogelbescherming zoekt uit waar de merels last van hebben en wat de Vogelbescherming eraan kan doen. De Vogelbescherming vraagt u de merel een handje te helpen.

Maak een mereltuin

U kunt op 5 manieren de merel helpen, of in elk geval het leven van de merel gemakkelijker maken. Zo biedt u (natuurlijk) voedsel, en veilige plekken om te rusten of te broeden. Maakt u ook een echte mereltuin?

  1. Grasveldje
    Merels zijn gek op wormen en die vinden ze in uw gazon. In een echte mereltuin mag een klein grasveldje daarom niet ontbreken. Al zaait u maar een paar vierkante meter graszaad in, dan zijn ze al blij en is het territorium naar hun gevoel compleet. Houd het ’s zomers lekker nat met regen- of badwater, dan zijn de pieren makkelijker te pakken.
  2. Klimplanten
    Een klassieke nestelplek voor merels is een lekkere dichte klimop. De bladeren bieden bescherming tegen katten en andere rovers en de late bessen zijn welkom voedsel voor de ouders. Maar ook andere klimplanten zoals klimhortensia, klimroos, hop of wilde kamperfoelie weet de merel te waarderen.
  3. Appels
    Merels en andere lijsterachtigen houden van fruit en zijn best bereid er ruzie om te maken. Leg een paar halve appels of peren voor ze op de grond in de tuin en strooi er wat rozijntjes bij. Vechten ze elkaar nou de tuin uit? Maak dan een paar van dit soort voerplekken met flink wat ruimte ertussen.
  4. Struiken met bessen
    Struiken met bessen zoals de lijsterbes of vuurdoorn zijn niet alleen voor de merel, maar eigenlijk voor alle tuinvogels een must. Ze hebben alles: bloemen (met insecten) in het voorjaar, bessen in het najaar en het hele jaar door dichte (stekelige) plekken om te rusten of een nestje te bouwen.
  5. Rommelhoekjes met bladeren
    Ruim de tuin niet spik en span op, maar laat her en der in een paar rommelhoekjes wat bladeren en takken liggen. Of maak een takkenwal en een composthoop. Kleine diertjes leven onder de bladeren en tussen de takken en dat maakt het voor de merel makkelijker om voedsel te vinden.

Commissie Natuurlijk Tuinieren i.s.m de Vogelbescherming

Is dit een merel?

(Foto Cees Pouwel)

BLADEREN EN TAKKEN

Bladhopen
De Commissie Natuurlijk Tuinieren roept tuinders op bladhopen te maken en deze gedurende de herfst en winter te laten liggen. Je kan makkelijk een bladhoop maken door bladeren op een hoop te vegen. Er overwintert van alles in bladhopen: insecten, spinnen, padden, egels. En hier en daar zelfs hazelwormen en ringslangen. Deze diertjes zijn je allemaal dankbaar voor een goede overwinterplek.

Takkenhopen
Heb je ergens een rustig plekje in je tuin, gooi daar dan snoeihout
neer. Je krijgt dan een heuse takkenhoop. Ook dit zijn goede overwinteringsplekken van kleine tuindiertjes.

Takkenwal
Wil je wat meer structuur of wil je een afscheiding dan is een takkenwal een goede optie. Sla wat palen of dik snoeihout in de grond en stapel daartussen gesnoeide takken en bladeren op. Het verterende hout zakt
vanzelf in elkaar. Je kunt er ieder jaar nieuw snoeihout opstapelen. Het scheelt ook behoorlijk in de massa af te voeren tuinafval en je helpt er de kleine tuindiertjes enorm mee.

Foto van een bladhoop (met een muisje).

Plant van de maand (december) Mahoniestruik – Mahonia


Terwijl de kleuren rondom Ons Buiten steeds donkerder tinten vertonen, staat de Mahonia media Winter Sun, ook wel de grootbladige druifstruik genoemd (zie foto), uitbundig te wapperen met zijn zoet geurige gele bloemen. Van december tot en met februari voorziet hij de late en vroege bijen en vlinders van voedsel en levert daarmee een belangrijke bijdrage in deze voedselarme winterperiode.
De stekelige balderen van de mahoniestruik blijven groen en bieden beschutting aan vogels die tevens raad weten met de bessen die na de bloei verschijnen. En mocht er nog iets blijven hangen dan kun je de paarse vruchten, krentformaat, van álle Mahoniastruiken eten zolang je
de pitten eruit haalt want die zijn giftig. Hoewel de bessen zuur zijn, kun je er lekkere jam en sorbets van maken.
De mahoniestruik is een lid van de berberisfamilie, staat graag in de (half)schaduw en liever niet op al te zware klei, kan tegen droogte en tegen zeewind, is redelijk winterhard en resistent tegen ongedierte. Je hoeft hem
niet te snoeien maar als hij te breed wordt kun je hem na de bloei inkorten. Hij wordt ongeveer 2,5 tot 4 meter hoog.

Foto van de plant van de maand: Mahonia media Winter Sun (Mahoniestruik)

Commissie Natuurlijk Tuinieren

PLANT VAN DE MAAND Hulst – Ilex aquifolium

Klimaatproblemen vliegen ons voortdurend om de oren en hoewel we met onze groene volkstuinen bijdragen aan oplossingen lijkt het allemaal niet genoeg. Er is ook goed nieuws. Over de Hulst bijvoorbeeld. Er zijn namelijk bomen die de ozonniveaus verminderen. De zwarte els, de eenstijlige meidoorn, de veldesdoorn en de ruwe berk zijn daar bijvoorbeeld heel erg goed in. Hoewel de Hulst lang niet de beste is, is hij toch matig geschikt om de luchtkwaliteit te verbeteren, net als de Linde, de Sering en de Zoete kers.
In november tooit de Hulst zich met rode bessen en als de takken niet gekaapt worden voor kersstukjes hangen de bessen er zolang de kramsvogels, koperwieken, appelvinken en zanglijsters ervan af blijven.
Het is de enige groenblijvende loofboom die van nature voorkomt in de Benelux. Zanglijsters nestelen graag in de hulst die wel 6 tot 7 meter hoog kan worden en het liefst op niet te natte grond staat. In april en mei bezoeken hommels, honingbijen, zandbijen, metselbijen en vlinders de witte bloemen die in het najaar plaats maken voor de rode bessen. Voor het Boomblauwtje is de Hulst waardplant en de Citroenvlinder overwintert op de Hulst. En dat niet alleen.
De Hulst lijkt een ecosysteem op zich: de bladluis (Aphis ilicis) eet de leerachtige hulstbladeren terwijl lieveheersbeestjes, oorwurmen, sluipwespen en gaasvliegen de bladluizen opeten. De larven van de Hulstvlieg (Phytomyza ilicis) overwinteren in het hulstblad dat tevens hun voedsel vormt. Op hun beurt leggen sluipwespen eitjes in de larven van de Hulstvlieg als die tenminste niet zijn opgegeten door de mezen.
Van het hout van de hulst maken we meubels en van de gedroogde jonge bladeren trekken we thee die koortsverlagend en urinedrijvend werkt. En hoewel de hulst vroeger volgens oud bijgeloof ook nog bescherming bood tegen blikseminslag en tegen vijandige machten zoals demonen en heksen is de veelzijdigheid van de hulst onmiskenbaar.

Commissie Natuurlijk Tuinieren

Goudbonte hulst / Ilex altaclerensis ‘Golden King’

PLANT VAN DE MAAND


Klimop – Hedera helix

Wist u dat het blad van de Klimop na een jaar of twaalf, wanneer hij volwassen is, van vorm verandert? Nieuwe takken hebben geen hechtwortels meer. Het blad krijgt een ruitvorm en de plant begint te bloeien van september tot december, precies wanneer andere planten ermee stoppen. Na de boei volgen de bessen. Door te snoeien wordt deze fase nooit bereikt.
Áls de klimop bloeit lokken de geelgroene bloemen bijen en vlinders. Vooral de atalanta’s zijn dol op de nectar. In het vroege voorjaar zijn de merel, spreeuw en houtduif vaste disgenoten van de volle, zwarte bessen en mocht er een zwartkop in de buurt zitten dan is hij zeker van de partij. Klimop is bovendien waardplant voor het Boomblauwtje dat in de zomer eieren afzet op de bloemknoppen.
Met luchtwortels, zogenaamde adventieve wortels, zuigt de plant zich vast aan boombast. Ze boren zich niet in de bast maar vullen oneffenheden in de bast op met deze hechtwortels. Muren van huizen en bomen in tuinen zijn ook ideale groeiplaatsen voor de Klimop. Dat het je voegen aantast is gelukkig inmiddels een achterhaald sprookje. De adventieve wortels helpen de Klimop zich te verspreiden, ze verbeteren de verankering zodat de Klimop er bij storm niet afwaait en ze leveren de plant zuurstof via hun poriën.
Klimop is vooral bekend als klimplant maar kan ook de bodem bedekken alleen is er dan meestal geen bloei. Je kunt hem overal neerzetten, in de volle zon, de halfschaduw en de schaduw, hij doet het altijd. Bovendien zuivert hij de lucht. Daarom wordt hij in steden toegepast op kale muren om fijnstof af te vangen. Klimop kan wel drie tot acht vierkante meter blad bezitten en tot zes gram fijn stof bevatten per vierkante meter muur! Daarnaast is deze plant ook nog eens groenblijvend. Ten opzichte van kale muren betekent klimop een geweldige vergroting van het filterende oppervlak. En niet onbelangrijk een groene muur is aantrekkelijker dan een kale muur.

Commissie Natuurlijk Tuinieren

PLANT VAN DE MAAND Fuchsia of bellenplant

Een stekkie van de Fuchsia, wie wil dat nou niet? Het is een lang bloeiende plant met decoratieve klokjes die van juni tot ver in oktober aan de plant bungelen en druk bezocht worden door hommels en bijen. Wist je dat je de bessen die de plant vormt kunt eten? Ze smaken zoet en fris, beetje pruimig, met een pepertje als toegift. Jammergenoeg dragen niet alle fuchsiarassen vrucht omdat veel rassen gekruist zijn voor hun bloemen die niet door kolibries bestoven worden, zoals in het wild gebeurt. De hommels en bijen lukt het niet altijd om de bloemen te bestuiven.

De fuchsia behoort tot de Teunisbloemfamilie. De meeste fuchsia’s zijn struikjes van 20 tot 40 cm hoog maar de Nieuw-Zeelandse soort F. excorticata (Maori: ‘kotukutuku’) vormt een uitzondering. Het is een boom die wel 15 meter hoog kan worden. En de Fuchsia procumbens, ook uit Nieuw-Zeeland, is een bodembedekker van amper enkele centimeters hoog.
In een strenge winter moet je de wortels beschermen, bijvoorbeeld door een laag blad en snoeisel rond de plant te leggen, goed mulchen dus. Dood hout kun je in de lente verwijderen. En wil je de tuinbuur blij maken met een stekkie? Neem dan in juni of juli, een twijg die dat jaar is gegroeid van de plant. Trek het takje naar beneden, zodat er een stukje bast meekomt van de tak waar de scheut uit komt. Doop het takje in wilgenstekmiddel (zie kader hieronder) dat de beworteling bevordert en zet de stek in een potje met 2/3 potgrond en 1/3 zand. Zet de stekjes onder glas of plastic. Je kunt hiervoor een kamerkasje gebruiken, speciale plastic kapjes of gewoon een plastic zakje. Zorg dat de grond niet uitdroogt en bescherm de stekjes tegen felle zon. Zodra de stekjes aan het wortelen zijn en iets gaan groeien, top je ze boven het onderste bladpaar. Laat ze vorstvrij overwinteren zodat ze in het voorjaar buiten naar de buurtuinder kunnen.

Wilgenstekmiddel
Dit stekmiddel van plantenhormoon is eenvoudig zelf te maken.

  1. Oogst verse wilgentenen en verwijder het blad.
  2. Knip de stengels in stukjes van 1 cm en week ze 24 uur in water.
  3. Haal de stengelstukjes uit het water (leg het in de tuin als mulch).
  4. Wat overblijft is stekvloeistof. Dompel de wortelpunten van de stekken een uur of twee in de vloeistof voordat je ze in de potgrond zet.
  5. Meer informatie staat op deze website: https://www.biotuintilburg.nl/?form=item&id=49

Commissie Natuurlijk Tuinieren.

PLANT VAN DE MAAND

Koninginnenkruid of leverkruid – Eupatorium cannabinum

Merels, zanglijsters, heggenmussen en roodborsten scharrelen graag tussen de struiken op zoek naar voedsel. Vaste planten zoals het inheemse koninginnenkruid vergroten de mogelijkheden voor vogels om insecten te happen. In augustus en september bloeien de rozige bloemschermen tot twee meter hoog op de stelen van het koninginnenkruid. Het wemelt er van vlinders, zweefvliegen en zoemende ‘wilde’ bijen die zich tegoed doen aan de enorme nectarproductie van het koninginnenkruid, lid van de composietenfamilie. In de herfst verpluizen de uitgebloeide bloemen en vormen de zaden een rijke voedselbron tot in het voorjaar. Bovendien is de plant waardplant voor verschillende nachtvlinders, waaronder de dwergvedermot, de veelkleurige bladroller, de heelblaadjesmineermot en verschillende motten uit de familie van de kokermotten zoals uiteraard de koninginnekruidkokermot.
De plant staat graag in de zon of halfschaduw op een vochtige voedselrijke plek. Van binnenuit sterft de kluit af en verjongt naar buiten toe. Als de pollen te groot worden kun je de planten in het voorjaar oprooien, delen en herplanten (of in de ruilbak bij het verenigingsgebouw van Ons Buiten) zetten.
Vroeger gebruikte men thee van koninginnenkruid tegen verkoudheid en als laxeermiddel. In grote hoeveelheden tast koninginnenkruid de lever aan en kan leverkanker veroorzaken. Vandaar de oorspronkelijke naam leverkruid.

Commissie Natuurlijk Tuinieren

PLANT VAN DE MAAND


Smeerwortel – Syphyticum

In de familie van de ruwbladigen is Smeerwortel een veelzijdige gast in de tuin. Vooral op een vochtige bodem bloeit hij naar hartelust van mei tot augustus met witte, paarse of blauwe bloemen en trekt massa’s bijen aan. Bovendien levert de smeerwortel veel voedingsstoffen. Een afgesneden plant geeft 10 gram kalium en 0,5 gram stikstof. Je kunt de afgesneden plant rond een appelboom leggen als mulch zodat de aarde bedekt is, de grond niet uitdroogt en onkruid geen kans krijgt. De appelboom maakt dankbaar gebruik van het kalium en de stikstof en de smeerwortel maakt nieuwe uitlopers. Zo’n vijf keer per jaar kun je smeerwortel zonder problemen kortwieken. Niet alles in een keer zodat de bijen kunnen meegenieten. Smeerwortel in de buurt van fruitbomen zijn natuurlijk een directe meststofbron.
Reeds de Romeinen wisten de smeerwortel te waarderen en gebruikten de bladeren van de smeerwortel tegen botbreuken, maar je kunt de bladeren ook eten, bijvoorbeeld als bindmiddel in de soep.

Kortom: van smeerwortel kun je niet/geen genoeg krijgen!

Commissie Natuurlijk Tuinieren

PROJECT BIODIVERSITEIT

Op Ons Buiten zijn we gestart met een bijzonder project: “Biodiversiteit in Beeld”. “Biodiversiteit in Beeld” is een project dat alle flora en fauna op het terrein van Tuinvereniging Ons Buiten en de Tuin van Noord in Leiden gaat inventariseren. Ons Buiten wil daarmee bij zoveel mogelijk omwonenden, tuinders en bezoekers bewustzijn creëren voor de natuur in de eigen omgeving en aantonen dat deze natuur de moeite waard is om te versterken en beschermen.

Het project tot nu toe

Op 10 juni 2019 was de officiële start. Jeroen Van Der Brugge van Naturalis verzorgde de feestelijke opening door een insectenhotel op te hangen aan de buitenmuur van het verenigingsgebouw. Hij noemde volkstuinen ‘vluchtheuvels voor diversiteit’ en waardevol voor de natuur.

Op 10 juni zijn ook de eerste waarnemingen gedaan: IVN-natuurgidsen namen bezoekers mee op beestjessafari in de Ecozone, waar het gonst van het leven en waar allerlei bijzondere beestjes en ook poppen en cocons werden gezien. Een kraamwebspin werd waargenomen, een akkerhommel, een (insectenetend) soldaatje, een honingbij en ook de vriend van iedere tuinder: de regenworm.

Akkerhommel op smeerwortelbloem

Al eerder waren vogelaars gestart met oriënterende waarnemingen in de lente om te kijken wat goede plaatsen en manieren zijn om volgend jaar te inventariseren. Vogels worden geteld volgens bepaalde regels voor inventarisatie voor SOVON. Het zou mooi zijn als we dat volgend jaar ook kunnen doen voor ons project.

Daarnaast zijn andere (vogel)waarnemingen van harte welkom, zoals die van de jonge havik die Ons Buiten aandeed en waarvan een foto zijn aanwezigheid bewees.

Begin september vond er een nachtvlinderexcursie plaats onder leiding van stadsecoloog Wouter Moerland. De buxusmot was volop aanwezig, maar ook andere soorten lieten zich bewonderen. Ze zijn ingevoerd op ‘Waarnemingen.nl’, een speciale website waar Ons Buiten en de Tuin van Noord een eigen gebied hebben en waar wij onze waarnemingen vastleggen. Dat kan iedereen doen, dus doe gerust mee. Meld je aan en voer in wat je op je tuin hebt gezien of gehoord: alle waarnemingen zijn welkom!

In het najaar zijn we gewoon doorgegaan met ons project. Deskundigen van de KNNV en IVN gaven een workshop Waarnemen en registreren; over het waarnemen met je telefoon en het (direct) invoeren van wat je gezien hebt op Waarneming.nl. Nu maar hopen dat veel deelnemers het geleerde in praktijk brengen en hun waarnemingen registeren.

Eind oktober zijn we op ‘paddenstoelenjacht’ gegaan. Onder de deskundige leiding van Hans Adema zochten we naar paddenstoelen. En die vonden we! Hans vertelde ons de bijzonderheden en de vaak sprookjesachtige namen. Wat dacht je van de Tranende Franjehoed en de Glimmerinktzwam. We zagen de Witte Kluifzwam, de Lila Gordijnzwam (waar Hans enthousiast over was) en de Vuurzwam. We wisten niet dat we zulke mooie en bijzondere zwammen op en rond ons complex hadden. Mocht je alle paddenstoelen willen zien, kijk dan op Waarneming.nl. Daar hebben we ze ingevoerd. En als je zelf bijzondere waarnemingen hebt, voer die dan ook in. Alle waarnemingen helpen 😉

Eind november namen onze eigen bomenexperts Ronald Neuteboom en Richard Schoenmaker ons mee naar buiten om de bomen op het tuincomplex te bewonderen. Het was een frisse, maar mooie ochtend en de heren vertelden veel. Daarna organiseerden zij in het verenigingsgebouw een bomenpracticum, waar de deelnemers aan de excursie onder het genot van een kop koffie of thee hun bomenkennis konden testen. Hier gaf ook houtkenner Wim Pompe blijk van zijn kennis, die hij volop deelde met de aanwezigen. Ronald had stukken hout neergelegd en ook takken en bladeren, want bast en bladeren bieden (ook) goede aanknopingspunten voor determinatie.

Ronald Neuteboom heeft inmiddels alle bomen op ons complex geïnventariseerd en die zijn ook al geregistreerd. Je kunt ze vinden op: Waarneming.nl.

En voordat het tuinseizoen in volle hevigheid losbarst, was er in februari 2020 een lezing over vogels herkennen in de tuin, door Stan van der Laan. Die ging in op de kenmerken van veel voorkomende tuinvogels. Volgens ons zitten zijn alle genoemde vogels (wel eens) te zien op Ons Buiten. Goed kijken dus!

Last but not least gaat een korstmossenexpert beginnen met het inventariseren op steen, hout, bomen, e.d. om te zien welke korstmossen er leven. Deze inventarisatie is niet seizoensgebonden, want korstmossen zijn er het hele jaar door.

Verdere plannen

De Leidse plantengroep van de KNNV, vereniging voor veldbiologie, zou dit jaar planten gaan inventariseren op gemeenschappelijke stukken van ons tuincomplex en de Tuin van Noord.

Leden van de groep hebben een aantal kleine gebieden geselecteerd, waar zij op 1 maart zijn gestart met de eerste planteninventarisatie van vooral stinsenplanten.

Helaas hebben de coronamaatregelen de plannen voor verdere inventarisatie-rondes gedwarsboomd. We hopen dat we dit volgend jaar alsnog kunnen gaan doen.

Alle andere activiteiten (workshops, e.d.) zijn ook vanwege corona geannuleerd.

We hopen op 23 september de draad weer op te kunnen pakken met de lezing over Stinsenplanten door Koen van Zoest, plantenkenner van KNNV. Hij zal vertellen wat stinsenplanten zijn, waarom iedere tuinder ze in zijn tuin zou willen en hoe je dat aanpakt.

Mocht je het leuk vinden om te helpen bij de diverse activiteiten binnen het project (inventariseren, activiteiten organiseren, meewerken aan een tentoonstelling), neem dan contact met ons op via: biodiversiteitonsbuiten@gmail.com. Je bent van harte welkom om mee te doen in onze werkgroep.

Projectgroep Biodiversiteit in Beeld